In de spotlight: Bjorn Krikke!
Bjorn is sinds 2022 actief bij Stichting Featherhair Creations en heeft inmiddels meegespeeld in verschillende producties. Hij heeft op 29 maart in de eindpresentatie van de vooropleiding NEXT gespeeld.
In groep 8 van de basisschool is Bjorn begonnen met theater. “Ik doe theater, omdat ik het leuk vind en er graag in wil groeien.” Sinds groep 8 heeft hij bij verschillende theatergroepen gezeten. Uiteindelijk kwam Bjorn terecht bij Oberon in Alkmaar waar hij Britt ontmoette. Britt heeft voor Featherhair Creations de musical ‘De Koning is van Mij’ geschreven. Na twee jaar wilde Bjorn weg bij Oberon, maar hij wilde niet stoppen met theater. “Britt vroeg aan mij of ik auditie wilde doen voor ‘De Koning is van Mij’ en zo ben ik bij de stichting gekomen.”
Door al deze jaren theaterervaring is Bjorn erg gegroeid. Niet alleen in zijn spel, maar ook als persoon. “Ik durf nu veel meer.” Bjorn vond het in het begin wel spannend om in een nieuwe theatergroep te starten. Hij moest even wennen in de groep, maar had al snel een klik met de mensen binnen de stichting. “Hier ben je wie je bent en dat vindt iedereen goed.” Door dit veilige gevoel dat Bjorn ervaart bij de stichting kan hij makkelijker groeien.
“Mijn rol in ‘De Koning is van Mij’ was een hele goede uitdaging voor mij en ik heb daar veel van geleerd.” Inmiddels zit Bjorn in zijn derde jaar bij de stichting en heeft hij elk jaar een beetje verder kunnen groeien. Dit jaar speelt hij in de musical ‘VENUS’ een karakter dat volledig verschilt van zijn voorgaande rollen. “Mijn rol in VENUS ligt compleet buiten mijn comfortzone, dus daar kan ik nog meer groei mee doormaken.”
Naast Featherhair houdt Bjorn zich druk bezig met andere dingen. Zo werkt hij bij de Bowling in Schagen en zit hij in zijn eerste jaar van de PABO op InHolland in Alkmaar. Hij heeft het hier erg naar zijn zin en vindt het leuk om les te geven. Zelfs hierbij speelt theater een rol voor Bjorn. “Theater helpt mij ook in mijn dagelijkse leven; ik sta voor de klas en dan helpt het wel om te durven.”